Mijn eigen garage

Geplaatst op

In september 1997 kan ik mijn auto eindelijk in mijn eigen garage rijden. Dan woon ik twee-onder-een-kap met ruime garage . . .

Tweeëntwintig jaar ben ik het huis uit. Mijn vader en later mijn broer hadden een taxi- en garagebedrijf in een Fries dorp met vaste plaatsen voor de taxi’s. Ook mijn tweedehandsje stond elke nacht onder dak. Naast mijn dagelijkse baan zorgde ik mede voor het efficiënt naast elkaar plaatsen van de voertuigen, zodat ze er allemaal in konden. Desnoods een auto op de reparatiebrug en eentje eronder.

Sinds 1975 woon ik in Leeuwarden en al zestien jaar heb ik een auto. Mijn eerste woning was een flatje en mijn auto stond beneden op een parkeerterrein. Erg, vond ik dat, heel erg.

Toen ik studeerde en even geen auto nodig had, keek ik toch nog wel eens rond of ergens een autobox te koop stond. Maar ja, geen geld genoeg, want de prijzen van een box waren gestegen. Dan maar wachten tot ik weer een goede baan zou krijgen. Toen mijn nieuwe geliefde en ik wilden samenwonen, kochten we van ons schaarse inkomen een kleine woning. Zonder garage. De auto stond weer voor de deur en liep tweemaal een nachtelijke deuk op. De daders meldden zich niet.

Na de vaststelling dat we over negen maanden moeder en vader zouden gaan worden, gingen we op zoek naar een ruimere woning. Daar moesten vooral veel kamer in zitten: ik werkte in die tijd freelance en hield voor mijn werk kantoor aan huis. We vonden een charmante woning met veel kamers, maar zonder garage. Die was nergens te koop voor die prijs. We hebben de hele keet opgeknapt, van een nieuwe elektrische installatie tot twee ruime dakkapellen. We pleegden een complete renovatie. Maar het bleef knagen.

Ik heb nu echt een prachtige auto, maar hij staat nog steeds onder de blote hemel. Elke bij nacht en ontij opgelopen kras is weer een lichte schok.

Wandelend door de wijken met woningen waar de auto buiten voor de garagedeur staat, loop ik jaloers te zijn, maar ook boos te mopperen. Hebben die lui onderdak, staat hun bolide buiten. Ik zou het wel weten!

Al die jaren is mij nog driemaal ter ore gekomen dat ergens in onze wijk een autobox te koop stond. Tweemaal kon ik het nét niet betalen en de derde keer, dat was november 1996, hadden we een voorlopig koopcontract getekend voor een huis mét garage. Een box kopen was niet meer nodig. Dat werd dus nog acht maanden buiten slapen.

Als wij op 1 september aanstaande in ons nieuwe huis gaan wonen, verwacht de familie dat de witte Nissan op de oprijlaan zal staan, omdat de garage vol met rotzooi staat. Nou, mooi niet. Nu al ben ik bezig alles wat overbodig is via een krantje te verkopen of bij de kringloopwinkel af te leveren. Ik weet nu al de exacte maten van de nieuwe slaapplaats van mijn auto, met aan het hoofdeinde onze vijf fietsen, en aan de zijkant op planken aan de muur de dingen die we regelmatig nodig hebben. Hij móet en zal erin. Eindelijk!

Gepubliceerd in ‘de Volkskrant
Leeuwarden, 14 juni 1997 | Harry Bouwhuis

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s