Verzonnen Waarheid

De week van het korte verhaal | 2020

Geplaatst op Geupdate op

Logo DWVHKV

Van 14 t/m 21 februari 2020 is de negende editie van de Week van het Korte Verhaal. Ruim vijfentwintig boekhandels, verspreid over heel Nederland, en in België, spannen zich deze week extra in om het genre de aandacht te geven die het verdient. De Week van het Korte Verhaal begon klein, maar vindt steeds meer weerklank bij boekverkopers, pers, uitgevers en vooral: bij lezers.

Mijn verhaal | Wabe Wennekes uit Blauwe Hand

Hij zou naar de dokter gaan. Vragen naar de oorzaak van zijn klachten. Van de druk op zijn borst, de kortademigheid en zijn toenemende doodsangst. De anders zo rustige Wabe, kon de laatste tijd geen rust meer vinden. Hij boomde met zijn lange benen, wild zwaaiend met zijn armen, van de ene naar de andere kant van de kamer, de deur van zijn atelier mijdend. Hij vermeed het atelier, de verblijfplaats van zijn poppen. Hij zou mij laten weten wat het gesprek met zijn huisarts had opgeleverd. Maar niks. Het bleef stil. Dus besloot ik hem op te zoeken in zijn caravan in Blauwe Hand. Daar vond ik hem op de grond van zijn atelier. In het minitheatertje, achterin het atelier, waar hij zijn try-outs speelde voor intimi, lag hij bedolven onder het gevallen toneeldoek. In een serene rust, zijn poppen innig omhelzend. Verstrikt tussen de draden en speellatten van zijn zo geliefde marionetten. De kachel brandde stil. Uit de speakers van zijn muziekinstallatie klonk Liefde Van Later van Herman van Veen. ‘Als liefde zoveel jaar kan duren, dan moet het echt wel liefde zijn, ondanks de vele kille uren, de domme fouten en de pijn.. Heel deze kamer om ons heen, waar ons bed steeds heeft gestaan, draagt sporen van een fel verleden, die wilde hartstocht lijkt nu heen, die zoete razernij vergaan,  de wapens waar we toen mee streden.’

marionet

Wiegel Waggel was de artiestennaam van poppenspeler Wabe Wennekes. Geboren als middelste zoon van Douwe Wennekes en Teressa Aaltje Bonk uit Wanneperveen. Wabe was vaak de verliezer in de strijd om aandacht binnen het gezin. Met zijn ouders, in tegenstelling tot zijn broers, was hij duidelijk minder verbonden. In zijn onzekerheid zocht hij vaak de veiligheid in het spelen. Hij was een goed onderhandelaar en goed in het oplossen van ruzies. Hij was wat je noemde een sociaal mens en een vredestichter. Het was de basis voor zijn succes. De vraag waaraan zijn succes te danken was boeide hem mateloos. Zijn zoektocht hield hem tomeloos energiek en onverminderd positief. Zijn zelfspot leverde hem enorm veel zelfkennis op en bracht keer op keer weer wind in de zeilen voor nieuwe producties. Naast poppenspeler ontwikkelde hij zich als schrijver. De met uitzinnige metaforen doorspekte theaterstukken en verhalen getuigen van een onvermoeibare geestdrift die hij in zijn woordenval liet neerdalen op zijn toeschouwers en lezers. Als een spiegel van elk menselijk gedrag, met een impact van een razende bij in een koepeltentje. In een interview had hij eens gezegd: “Mijn optredens zijn een expressie van wat ik ben. Een mogelijkheid om al mijn talenten te benutten. Mijn poppenspel is plezier. Er is niks leuker! Ik denk soms dat mijn poppen meer Mij zijn dan ikzelf.”

Mensen fascineerden hem. Hij was mateloos geïnteresseerd in wat maakt dat mensen dingen doen die ze doen. Zijn waarnemingen waren haarscherp en vormden de basis voor zijn voorstellingen en het fundament voor zijn succes. Al op jonge leeftijd raakte hij in de ban van poppen. Hij was dol op het verzinnen van typetjes en experimenteerde met stemmetjes. Er was geen podium waar hij geen gebruik van maakte en was zeer creatief in het zichzelf in de picture spelen. Het lukte hem keer op keer zijn kunsten te vertonen in bovenzaaltjes van kroegen, dorpshuizen,  op basisscholen en op campings. Hij maakte handpoppen, beweegbare poppen en marionetten, timmerde en schilderde zijn eigen decors en speelwerelden. Want dat was meer en meer zijn manier van werken. Hij creëerde een speelwereld waar je welkom was, welkom in de wereld van Wiegel Waggel.

Wabe verliet al vroeg zijn ouderlijk huis. Zijn sterke karakter en de behoefte naar zelfstandigheid was niet te keren. Hij was een ondernemerstype, direct en initiatiefrijk. Maar ook een einzelgänger.

Hij nam zijn intrek in een stacaravan bij de jachthaven in Blauwe Hand. Met het zicht op de Blauwhandse brug en aan de linkerkant de Beulakkerwijde. Een enkele keer werd hij gesignaleerd in de lokale gasterij. Wiegel was op zijn manier een wereldburger, maar voor de buitenwereld een onbekende. In het buitenland werd zijn werk geroemd en in een adem genoemd met Jozef van den Berg. Een vergelijk waar hij zelf geen streep onder kon zetten.

Tot zijn 56 trad hij op. Toen stopte hij. Abrupt, zonder enige aankondiging. Zonder afscheid of verklaring. Hij was er klaar mee. Zijn liefde voor de poppen sloeg om in afkeer. Ze kwamen hem te dicht op zijn huid. De grotendeels met de hand uitgeschreven dialogen tijdens het spel, ontaarden steeds vaker in confronterend wapengekletter. Zelfs in de bewegingen trokken de marionetten steeds vaker aan de touwtjes. Hij begon te piekeren.

Jarenlang was hij de spiegel geweest van de samenleving. Het had hem arrogant gemaakt. Hem naar de grens gebracht van ongenaakbare hooghartigheid. Zijn poppen waren allemaal personages die, nu hij ze beter leerde kennen, alter ego’s werden. Alter ego’s die aan deuren gingen rammelen die hij liever gesloten hield.

Zijn grootste poppenvriend was al jaren Okse Kleipoot. Het was een lomperik van  jewelste. Hij maakte zijn naam helemaal waar door met zijn met klei besmeurde poten als een os over alles en iedereen heen te walsen. Vooral heilige huisjes waren zijn doelwit. Kerk, seks, opvoeding. Geen onderwerp werd geschuwd. Zonder enige terughoudendheid. Maar wel met de lachers op zijn hand. En dan was er Kieke Dom. Wiegel hield van haar als geen ander. Ze was lief, kende geen haatgevoelens of wraak en was allerminst jaloers. Ze kon heel goed vergeven. Dat kwam mede doordat ze niks kon onthouden. Zoveel krediet ze zelf nodig had, gaf ze ook aan anderen. En ze was spontaan. Spontaan en een flapuit. En ja, dat pakt dan wel eens verkeerd uit. En dan kijkt Kieke dom. En mocht je denken dat ervaring wel leert? Bij Kieke Dom niet. Haar grootste charme was haar klunzigheid. Een grotere ergernis kon je het publiek niet geven. En toch was zij de publiekslieveling. Een speciale plek in zijn hart was PPPPPPrater. PPPPPPrater, je raad het al, stotterde. Prater kon zo goed gevoelens verwoorden, hem aanvoelen, hem troosten en toch ook aanmoedigen. Hem terecht wijzen en ook weer op weg helpen. Prater was niet van het naar buiten treden. Hield niet van het podium, van show, van grote gebaren. Prater was stil en serieus. Zoals hij als kind was.

Prater herinnerde hem steeds vaker aan het jongetje van toen. Het was ook Prater die steeds vaker aan haar eigen touwtjes begon te trekken.

Wabe Wennekes had het spel beheerst. Was de schepper, de regisseur. Had de touwtjes in handen. Tot er aan zijn deur werd geklopt. Hij moest verhuizen. Weg van de camping. Hij mocht niet langer permanent wonen op een park dat oorspronkelijk bedoeld was voor recreatie.  De druk om te moeten verhuizen raakte hem diep in zijn zwakste plek: durven veranderen. Zijn sprakeloze poppen hebben hem begraven. Zijn kist bedekt met het toneelgordijn. Het doek was definitief gevallen.

Uit de bundel van Leonard Bouwhuis | Verzonnen Waarheid

Abrahams’ mosterd

Geplaatst op Geupdate op

koning

In het land van Pijpkaneel zocht de eerste minister een nieuwe koning. Hij kon maar geen geschikte kandidaat vinden. Ten einde raad besloot hij een prijsvraag te verzinnen waarbij de winnaar de nieuwe koning zou worden. Hij zocht als deelnemers een filosoof, een econoom en een boer.

De filosoof raakte helemaal de kluts kwijt toen hij het verzoek van de koning kreeg om naar het paleis te komen om deel te nemen aan de prijsvraag. Hij zette alles aan de kant en gooide zich helemaal op de studie. Hij repeteerde alle stellingen, weerlegde alle visies en zoals een echte filosoof betaamd, was er al gauw geen touw meer aan vast te knopen. Hij kwam papier te kort zodat hij op de muren begon te schrijven. Tegen de tijd dat hij naar het paleis moest, was hij totaal van vervreemd van de werkelijkheid en amper in staat om nog voor zich zelf te zorgen.

De Econoom was idem dito verrast en om zich voor te bereiden probeerde hij de staatsboekhouding eens goed te besturen. Hij stuurde faxen rond om gegevens binnen te krijgen, opende een Web-side met respons mogelijkheden om een sluitende financieel beleid te kunnen leveren. Ook hij kwam papier te kort. De in de haast gekochte Laptop was algauw overbelast en zijn met ISDN uitgeruste telefooncentrale viel herhaaldelijk uit door de overvloedige stroom van financiële gegevens, prognoses etc… Tegen de tijd dat hij naar het paleis moest om deel te nemen aan de prijsvraag, zagen zijn ogen uitsluitend nog dollartekens.

De boer dacht praktisch. Hij probeerde een aantal zaken in het voor te regelen. Instrueerde zijn vrouw, mobiliseerde zijn familie en buren en stelde in goed overleg een plan op wie wat zou doen tijdens zijn afwezigheid. Tegen de tijd dat hij naar het paleis vertrok was hij moe van de extra werkzaamheden maar meer nog was hij voldaan van de geweldige steun van vrouw, kinderen, familie, vrienden en buren. De bereidwilligheid was enorm en de samenwerking was nu al erg goed geweest: hij ging vol vertrouwen van huis.

Op het paleis aangekomen werden de drie genodigden naar een kamer geleid. De eerste minister gaf hen te kennen dat de eerste die naar buiten zou komen de nieuwe koning zou worden. Vervolgens vertrok hij en sloot de deur achter zich.

De filosoof begon als een razende een betoog te houden over het existentialisme. Hij verbruikte daarbij zoveel lichaamsvocht dat de condens al gauw van het plafond droop.

De Econoom schreef als een bezetene alle cijfers, omrekenformules, indexen en zelfs door voorkennis verkregen informatie op muren en meubels.

Toen de eerste minister na enige tijd de kamer betrad, attendeerde hij de nog aanwezige deelnemers erop dat de boer reeds naar buiten was gekomen en tot koning was gekroond.

Leonard Bouwhuis | Zinvinder

In mijn kombuisje

Geplaatst op Geupdate op

Patrijspoort

Amper vijf kenden zij alleen mijn naam
En mijn plek in het rijtje
Toen nam ik mijn besluit
Te doen wat mij werd voorgeleefd
En mij niet te laten kennen

In mijn kombuisje
Smeer ik mijn boterham
Schaaf ik nog een plakje kaas
Snijdt mijn bootje door het water
Glijden de oevers langs me heen

Zelden stap ik aan wal
Vanachter mijn raampje
Probeer ik iets te begrijpen
Zonder aanleggen houvast te krijgen
En wil ik niks liever dan geënterd worden.

Neem een geit

Geplaatst op Geupdate op

Er gaat een Joods verhaal over een rebbe in een Oost-Europese stad. Een arme schoenmaker kwam dagelijks klagen over de erbarmelijke omstandigheden waarin hij moest leven. ‘Rebbe, het is geen doen, mij vrouw en ik en onze twaalf kinderen in slechts één kamer, ik houd het niet langer uit!’

De rebbe werd het gejammer zat. Op een dag zei hij tegen de schoenmaker: ‘Neem een geit.’ ‘Een geit? Maar rebbe, dat is onmogelijk! Zo’n beest kan er niet bij, het stinkt en vreet overal aan.’ De rebbe hield streng vol en de schoenmaker deed wat hem werd opgedragen. Het gejammer van de schoenmaker werd elke dag erger. Hij wist zich geen raad. ‘Rebbe, dit is geen doen, die geit poept waar ze staat, het stinkt verschrikkelijk in ons huis, mijn vrouw wordt radeloos…’ Na veertien dagen zei de rebbe tegen de schoenmaker: ‘Doe die geit weg.’

een geit in huis

De schoenmaker wist niet hoe snel hij het bevel van de rebbe moest opvolgen. De volgende morgen klopte hij bij de rebbe aan: ‘Oh rebbe, wat een zaligheid! Mijn vrouw en ik en onze twaalf kinderen, heerlijk is het in huis.’

een geit als last

Tja, mocht je denken dat dit niet over jou gaat dan heb je het mis. We hebben allemaal ongemerkt een geit in huis gehaald. Iets waar je ooit mee begonnen bent en maar niet mee kunt stoppen. Een geit die eens een oplossing bood en vervolgens een eigen leven is gaan leiden en de regie over je leven is gaan bepalen. Denk daarbij aan roken, drinken, gokken, contacten, kroegbezoek enz. enz. ‘Doe die geit weg, en je zult zien dat er een nieuwe horizon gaat gloren, je weer tijd krijgt, en plezier en geluk weer terugkomt in je leven.

Fersinsels, mar dochs donders wier!

Geplaatst op Geupdate op

Artikel De Zakenman

SINT NICOLAASGA – ,,Skriuw jo eigen ferhaal ris op papier.” Met het uitbrengen van zijn boek ‘Verzonnen waarheid’ hoopt Leonard Bouwhuis uit Sint Nicolaasga anderen te inspireren om zelf eens de pen te pakken, in plaats van een boek van de bibliotheek te lenen. ,,Der is gjin grins by skriuwen. Myn ferhalen binne fiksy, mar tagelyk ek donders wier.”

Met het schrijven van verhalen wil Leonard Bouwhuis zijn gevoelens en gedachten onder woorden brengen. In de bundel ‘Verzonnen waarheid’ staan levensloopverhalen, die volgens de Sint Nykster meer zijn dan het opsommen van feiten, gebeurtenissen en ervaringen. ,,De ferhalen bringe de lêzer yn kontakt mei de djippere lagen yn harsels. Sa is der in ferhaal oer in fûnling yn in polder, dy’t grutbrocht wurdt troch hjerringmiuwen. Sokskin fansels hielendal net, dochs sille in soad minsken dizze metafoor herkinne. De haadpersoan is yn in wrâld belanne, dy’t him net begrypt”, verklaart Bouwhuis.

,,Faaks binne ferhalen ek in stikje belibben. Hoe faker immen wat fertelt, hoe mear dat wierheid wurdt. Sa giet een diel fan it boek oer Jan Prakje, in reizgjende keapman dy’t ek wol yn Sint Nyk en omkriten kaam. Oer him geane in hiel soad ferhalen de rondte, mar wat is no wier en wat net?”. Het is voor Leonard Bouwhuis voor de eerste keer dat hij op deze manier een verhalenbundel uitbrengt. Wel schreef hij eerder gedichten. ,,En foar myn wurk as loopbaancoach, trou-amtner en sprekker by útfearten wit ik wol hoe’t ik dingen ûnder wurden bringe moat.”

Met zijn verhalenbundel hoopt Bouwhuis mensen te inspireren om verhalen te schrijven. ,,Op dizze wize leare jo herkennen wat josels en oaren beweegt. Boppedat set it oan ta erkenning, selsrefleksje, besinning en ferdjipping. Troch te skriuwen, kinno jo belibbenissen en herinnerings in plak jaan.”

De reacties op het boek zijn erg positief. ,,Guon ferhalen reitsje minsken of jout harren in glimke op it gesicht. Foar my is ek it foarwurd tige wichtich. Dêr ha ik Wibe Veenbaas foar frêge, hy is grûnlizzer fan Phoenix Opleidingen, in instituut op ûnder oare it mêd fan systemysk wurkjen. Ik ha yn 2011 in workshop by him folge en bin der grutsk op dat hy plan-út ja sein hat.”

Hondenbelasting!

Geplaatst op Geupdate op

Sinds hij er was komen wonen had hij zich geërgerd aan de hondendrollen. Hij had zich bij het lezen van de gemeentegids al verwonderd dat er geen hondenbelasting hoefde te worden betaald. Maar was in het daarop volgende voorlichtingsverhaal overtuigd dat de inwoners van de gemeente brave poepruimers waren en de drollen, zonder daar op aangesproken te hoeven worden, zouden opruimen. Nee dus. Niks van dat alles. De enkeling die wel met een onhandig boterhamzakje liep, waren uitzonderingen. En mensen met een heuse poepschep was hij in de negen maanden dat hij in het dorp woonde, niet tegengekomen. Wel op elke hoek van een wandelpad of een straat of buurt die door een ijverige gemeenteambtenaar was geïndiceerd als een hondenuitlaatplaats, stond er een poepcontainer. Zo eentje die je ‘met zonder handen’ kan openen om de drollen in te dumpen. Enorme containers zijn het. Dat moet jaren duren voor zo’n geval vol is en geleegd dient te worden. Logisch, had hij nog gedacht, het mag immers niks kosten in een gemeente waar geen hondenbelasting wordt betaald.

Zijn tuin aan de straatkant kenmerkte zich door het ontbreken van elke grensafscheiding dan ook. Vriendelijk, dacht hij, niet zo van mijn en dijn of ander al te nadrukkelijk territoriaal scheidingsgedrag. Maar wat kreeg hij daar een spijt van. Tijdens de bezichtiging van het huis had hij er niet op gelet hoe hondenrijk de buurt was. Wel hoe kinderrijk. Maar liefst twee basisscholen binnen een straal van 500 meter. Dat zou toch in indicatie moeten zijn voor weinig hondenpoep op straat. Met al die ouders die hun kinderen naar school wandelen. Maar ook dat was een misvatting. Eenmaal gesetteld, ontdekte hij dat zijn buurman links twee honden had en een buurman iets verder op een. Erger nog kwam hij er al snel achter, dat de straat waar hij aan woonde een doorgansweg was naar een aan de andere kant van de weg gelegen bos en uitlaatgebied.

Hij zwaaide hartelijk naar de passerende hondenuitlaters in de veronderstelling dat ze zijn vriendelijkheid zouden belonen met een sanitaire stoploze passage.  Maar ja. Hij was er niet gaan wonen om daarop toezicht te gaan houden. De buurman had hem inmiddels verzekerd dat zijn rashondjes van nature alleen op verhoginkjes in de natuur poepten. En aangezien zijn tuin geen oneffenheden vertoonde, hoefde hij niet in te zitten over het poepgedrag van de honden van de buurman. De andere buurman ging steevast rechtsom de straat uit en passeerde nimmer zijn huis.

De eerste maanden verliepen zonder irritaties tot hij een verzameling drolletjes op zijn grasmat vond.  Hij had niet direct te tijd gevonden om het op te ruimen en tot zijn schrik lagen er binnen enkele dagen drie hopen. Met een grashark schraapte hij de hoopjes van het perk en deponeerde ze in de molgoot, naast de stoep. De hele affaire bracht hem in opperste staat van paraatheid. Bij elke beweging vloog hij naar het raam om te kijken of hij een ‘heterdaadje’ kon waarnemen. Op een internetsite kocht hij een nep bewakingscamera en bevestigde deze op een strategisch punt. Met nepkabel en al. In de schuur timmerde hij een bord op een paal en beschilderde deze met de woorden: “Hond, ik vind je een leuk dier maar je baas is een viezerik” en “Laat je stront van je hond hier achter? Dan graag ook je adres. Ik lever het gratis bij je thuis af”. De grasmat werd er mee ontsierd maar zo dacht hij: “Het doel heiligt de middelen”.

Hondenpoep

Hij sprak vervolgens alle passerende hondenuitlaters aan, noteerde hun naam en het soort hond in een schrift en schatte in wat de kans was dat deze de dader zou kunnen zijn. In de kamer hield hij zo lang mogelijk het licht uit om onopgemerkt naar buiten te kunnen kijken en de hondenuitlaters te bespieden.

Niks hielp. Het leek wel een complot waarmee ze hem met hun hondenuitwerpselen bestookten . Hij bleef harken en de molgoot puilde algauw uit. Dus drapeerde hij de drollen op de stoep in de hoop dat iemand in zijn eigen hondenrollen zou gaan staan. Daarmee keerde hij het halve dorp tegen zich. De ouders van de basisschoolkinderen voorop. Terwijl die niet of nauwelijks over zijn stoep liepen en praktisch altijd de kinderen met de auto naar school brachten. Hoe hij het in zijn hoofd haalde dit soort sancties en belerend gedrag ten toon te spreiden. In deze hondvriendelijke gemeente verwachten ze een andere houding van hem. Hij liet het er niet bij zitten en verklaarde de hondenbezitters en hun overal maar schijtende viervoeters de oorlog. En kwam een echte camera met een scherm dat hij naast zijn tv liet monteren. Vierentwintig uur per dag maakte hij opnamen en keek ze steevast allemaal af. Hij monteerde een bewegingsmelder met aangekoppelde lamp die elke passant in het volle licht zette en vervolmaakte zijn waarnemingen qua uitlaatgedrag, tijden en gewoonten in zijn schrift.

Al snel stond de rechterlijke macht op zijn stoep om hem te vertellen dat hij niet zomaar een camera kon plaatsen en de beelden ongehinderd kon bekijken en bewaren. Hij werd gesommeerd deze weg te halen en de opgeslagen beelden te wissen. En wel onmiddellijk. Het afkijken van alle opnamen koste hem erg veel tijd en leverde hem niks op. Desondanks bleven de honden maar in zijn tuin, op zijn gras, hun behoefte doen. Een stuk in de dorpskrant gooide alleen maar meer olie op het vuur en bracht hem op het randje van waanzin.

Hij kocht een luchtbuks en posteerde zich op de eerste etage. Hij camoufleerde zijn positie en zijn geweerloop zorgvuldig. Ondanks dat werden zijn acties waargenomen en binnen de kortst mogelijk tijd werd het huis omsingeld met politie die hem onder schot namen en hem te kennen gaf zijn wapen weg te gooien en zich over te geven. Maar dat was hij geenszins van plan. Niet veel later kwam er versterking: politiehonden. De honden liepen los over zijn gazon en piesten en poepten naar hartenlust. Hij ging door het lint en schoot. Op dat moment kwamen gewapende agenten zijn slaapkamer binnen en schakelden hem uit. Er viel niet meer te praten.