(Zeer) Kort Verhaal

Rinkeldekink in Dinkelland

Geplaatst op Geupdate op

watermolen in singraven dinkelland

Tijdens onze vakantie in de gemeente Dinkelland bezochten we diverse plaatsen waaronder Ootmarsum. Tijdens onze short break zaten we graag op bankjes in de natuur. Daar las ik dan mijn vrouw voor uit het boekje Rinkeldekink van Martine Bijl. Een klinkende titel, dat zeker. Het boekje had ik cadeau gekregen bij een proefabonnement op de Trouw. Heerlijk vier zaterdagen een krant en nog een boekje erbij toe. Dat beloofde een mooie vakantie te worden.

Mijn vrouw is niet zo goed in lezen. Dat komt door een aura-migraine aanval die zij een aantal jaren geleden gehad heeft. Zij vindt het voorgelezen worden prettig en het heeft, zo samen op een bankje in de natuur, iets intiems. Tijdens ons bezoek aan de jaarlijkse Siepelmarkt stalden wij onze fietsen aan het kerkplein. Er stonden meerdere fietsen. Dus dat leek ons een veilige plek. De meeste spullen namen we uit de fietstas mee. Het boekje lieten we in de tas zitten. Toen we terugkwamen van onze stadswandeling, jazeker stadswandeling, want Ootmarsum kreeg in 1300 haar stadsrechten, stopten we onze spullen weer in de fietstas en hervatten onze fietstocht. Eenmaal bij een geschikt bankje aangekomen, zocht ik het boekje. Maar Rinkeldekink, het boekje was er niet meer. Weg. Verdwenen. Het zal toch niet moedwillig uit onze fietstas zijn gehaald? Mijn vrouw zat er maar beteuterd bij toen ik haar moest teleurstellen. ‘Rinkel de kink in Dinkelland’, mompelde ik.

rinkel de kink boek knip

De Week van het Korte Verhaal 2019

Geplaatst op Geupdate op

Logo DWVHKV

De angstkunstenaar | Thuiskomen

Elke maand verschijnt een nieuw zogenaamd Literair Juweeltje, een goed toegankelijke tekst van een bekende schrijver in een mooi vormgegeven boekje dat slechts 1 euro kost. Ik kocht bij de het verhalenbundeltje van J.M.A. Biesheuvel met de welluidende titel: De angstkunstenaar. Het lezen van het gelijknamige korte verhaal inspireerde mij tot het schrijven van het volgende relaas. Dit verhaal schreef ik vanuit het perspectief van een doener.

Thuiskomen

Hij zit in een lijnvlucht terug naar Amsterdam. Vanmorgen vertrokken uit Lissabon. Het was nog een heel gedoe geweest op tijd te zijn voor de incheck. Na enkele weken Lissabon wist hij toch echt wel hoe hij op het vliegveld moest komen. Echter de ingewonnen informatie liet hem in de steek. De bus stond niet op zijn plek, het nummer klopte niet en de chauffeur sprak alleen Portugees. Gelukkig had hij voldoende tijd. Een gevoel van leegheid maakte hem misselijk. Had hij wel gedaan wat hij had willen doen? Wat had hij willen doen? Ruim een half jaar geleden had hij besloten een maand naar Portugal te gaan. Het land waar hij in zijn vorige reis niet aan toe was gekomen. Vlak voor de reis had hij laten weten de komende week op vakantie te gaan. Hij haatte het vakantie te noemen, zag het meer als een tijdje niet, een gelegenheid om zich te bezinnen. Het ontbrak hem aan motivatie door te gaan. Hij had geen ideeën meer, geen inspiratie. God mocht weten waar het moest zoeken. Dus dan maar weer op reis.

De tijd leek de laatste periode zo snel te gaan. Alles leek aan hem voorbij te zijn gegaan. Hij was van de ene emotie in de andere gerold. Had zich vooral laten leiden door zijn omgeving. Het overlijden van zijn vader, de manisch depressiviteit van zijn maatje met al zijn ups en downs, het weer alleen wonen, de behoefte aan liefde. Wat dat dan ook mocht zijn. Hij was gegaan. Goed voorbereid en met één doel, tenminste terugkomen met een idee voor het op stapel staande project. Hij zou laat aankomen in Lissabon en een taxi nemen naar het hoofdstation. Geen discussie en zeker niet ingaan op de tip van de chauffeur hem een hotel te laten zoeken, want hij kende toch immers de stad als geen ander. Nee, hij zou zich laten afzetten bij het centraal station en van daaruit iets zoeken. Rugzak in een kluis en een rondje maken.

Hij had van zijn zelfstandigheid genoten. Dat wel. Alles zelf beslissen. Hier ga ik zitten, hier ga ik naar binnen. Hier eet ik wat, maak ik een foto. Hoe kwam het toch dat als hij alleen was, hij keuzes kon maken en zodra hij samen met iemand was, het initiatief aan de ander liet. En waarom bekroop hem toch alsmaar dat gevoel alles weer zo snel mogelijk te moeten delen, er over te willen vertellen, zijn verhaal te doen. Een Zweedse, die hij op alle toeristische plekjes van de stad tegengekomen was, had hem in verwarring gebracht. Hij had zich geremd gevoeld. Zijn gevoelens hadden hem dusdanig heen en weer geslingerd dat er geen touw aan vast te knopen was. Misschien dat nog net wel, maar daar was hij het type niet voor. Waarom verschilde de werkelijkheid zo van de fantasie, van zijn fantasie. Op zijn sobere hotelkamertje luisterde hij naar Alison Moyet’s Old devil called love en fantaseerde hij over het Dominicaanse dienstmeisje die iedere dag het sanitair kwam schrobben. De Zweedse bracht hij naar het station alwaar zij de bus zou pakken naar het vliegveld. Daar noteerde hij het perron, het busnummer en hield hij de tijd in de gaten.

Hij had studenten getroffen en hun vragen beantwoord. Waar hij vandaan kwam, wat hij deed. Zij woorden klonken zo hol in de echte wereld. Met een beetje fantasie kwam hij beter tot zijn recht. Dat hij na het vertellen van een paar smeuïge verhalen ineens op was gestapt, had hen verwonderd. Ze hadden een uitzonderlijk leuke avond en luisterden geïnteresseerd. Maar hij kon niet meer. Hij was op, bekaf. Toch had hij ook wel een paar momenten van trots gevoeld. Hij was plekken gaan bezoeken die hem terug hadden gebracht bij diepere emoties. Momenten waar hij stil was geworden. Waar geen woorden meer waren.

Nu zat hij, op weg terug, naast een mevrouw met een drup aan haar neus. Het was een nerveus type dat alsmaar probeerde een gesprek aan te knopen. En maar aandacht trekken met haar gesnuif en gesnotter. Niet lang voordat het vliegtuig zijn landing in zou gaan zetten, begon ze over de airco, en hoe slecht dat wel niet was voor haar sinusitis, over haar reisdoel en wat hij had gedaan, en waarom hij in nota bene de maand oktober naar Portugal was gegaan. Hij had het er ineens uitgeflapt dat hij huisarts was in een groepspraktijk in Amsterdam. En dat hij na een drukke periode, een maandje rust had gekregen van zijn collega’s en dat zij zich voor de gek had laten houden door haar arts. Ze had geen sinusitis maar een chronisch aandachtstekort.

De misselijkheid deed hem bijna braken. Zijn fantasie liet hem in de steek. De werkelijkheid was zo anders. Zou hij er ooit genoegen mee kunnen nemen? De banden raakten de landingsbaan. Het gevoel van moeheid overviel hem weer. Zo meteen zou hij thuiskomen.

Uit de bundel | Verzonnen Waarheid – Leonard Bouwhuis

Het licht van zijn bestaan

Geplaatst op Geupdate op

schilderij achterzijde

Toen ik zijn atelier binnenstapte, verwonderde ik mij over de opstelling van het werk van de schilder. Alle schilderijen stonden op ezels, tegen de muur, hingen met touwtjes aan spijkers of lagen op de grond. Allemaal met de beeltenis naar de grond, de muur of afgewend van de toeschouwer. De schilderijen mochten kennelijk niet gezien worden. Of de beeltenissen confronteerden de maker met zijn ‘innerlijke wereld’.

Het gesprek kwam moeilijk opgang. ‘Schilderen helpt mij mijn gevoelens te verbeelden, naar buiten te brengen’, vertelde hij. ‘Bespreekbaar te maken?’, vroeg ik. ‘Nou, dat wil ik wel. Om van verbeelding ook naar verwoording te gaan. Maar dat vind ik te moeilijk. Ik zou mijzelf er wel mee helpen meer in interactie te komen met de wereld om mij heen. Dat wel. Mijn leven lijkt steeds kleiner te worden. Van exposeren komt het niet. Laat staan mee te doen aan het televisieprogramma Project Rembrandt. Rembrandt, de meester van het licht.’

‘Er gebeurt dus van alles maar voornamelijk in jouw hoofd’, zei ik. ‘Je gedachten zitten echter vast in een soort van centrifuge. Ze tollen in het rond en de vaart neemt duizelingwekkende toeren aan. Als jij je werk zou tonen komen al je gedachten vrij, laat je ze de vrije loop en geef jij hen een bestaan, een realiteit als tekens van jouw zijn. Je zou een vrij man worden door je te laten zien. Bovendien, maak je de toeschouwer ook vrij. Je geeft hen de mogelijkheid hun herinneringen te herleven, een nieuwe plek te geven. Hun ervaringen in onze wereld een plek te geven.’

Het bleef stil. Ik zag de gedachten achter zijn ogen tollen. Plotseling liep hij naar een van zijn schilderijen. Zijn laatste werk, zo liet hij weten. Ik stond versteld. De zoeker van het licht, vond het licht van zijn bestaan.

er zij licht

Leonard Bouwhuis | Zinvinder

Het is wat het is

Geplaatst op Geupdate op

Zal toch wel een jaartje of veertien geweest zijn. Ik rookte al shag. Drum, op precies te zijn. Ik haalde de shag uit de vitrine die achter de bar stond in het café van mijn ouders. Zij wisten niet van mijn roken. Misschien hadden ze een vermoeden. Zou kunnen. Daar hield ik mij totaal niet mee bezig. Ik ging mijn eigen gang. Op een doordeweekse dag vertrokken we naar Sassenheim om een zus van mijn vader te bezoeken. Wij, mijn ouders en de drie jongste kinderen, waarvan ik de middelste ben. De oudste kinderen, drie in getal, bleven thuis of deden hun eigen ding.

Voor ons was Sassenheim vanuit Friesland, een lange reis. We reden met de Opel Kaptein, een auto uit onze taxistal die mijn vader annex het hotel, restaurant en café bestierde. De statige zwarte auto met een witte bies in de banden, werd gebruikt voor rouw- en trouwritjes, ziekenvervoer en losse ritjes om bijvoorbeeld dronken cafégasten naar huis te rijden. De achterbank was groot genoeg voor mijn zus, zusje en mijzelf. Mijn moeder zat voorin, naast mijn vader. Naar Amerikaans ontwerp, had de auto een voorbank en was het gebruik van veiligheidsriemen nog niet ingevoerd. Zo’n bank nodigt je uit om lekker tegen elkaar aan te kruipen. Maar daar waren mijn ouders niet van. Van elkaar aan kruipen moesten ze überhaupt niks hebben. Dat ze zes kinderen hadden gekregen mag een wonder worden genoemd.

Opel Kaptein

Mijn tante Mia was getrouwd met oom Lieuwe, een broer van mijn vader. Ze werd al vroeg weduwvrouw en bleef achter met een stuk of vijf kinderen. Voor mij allemaal onbekenden evenals mijn tante Mia. Naar mijn oom Lieuwe ben ik vernoemd. Hij overleed ruim voor ik geboren werd. Dus hem heb ik nooit gekend.

Op de hoedenplank, lag een in papier gewikkelde fles limonade van een drankenhandel aan de Nieuwburen in Lemmer. Een broer en zijn twee zusters, ook wel ‘de Weeskes’ genoemd, dreven de drankenhandel. We reden over de Afsluitdijk naar Sassenheim. Het was behoorlijk mistig en het verkeer had hier duidelijk hinder van. De snelheid ging naar beneden en mijn moeder maande ons tot stilte zodat vader zich concentreren. We kwamen om een ons onduidelijke reden stil te staan. Mijn vader hield een behoorlijke afstand van de auto voor ons. Terwijl we geen idee hadden waarom het verkeer stil stond en wij maar wat in de mist zaten te staren, vloog een lijnbus op de achterste auto van de stilstaande file. De bus had de auto kennelijk geschampt want hij stoof ons even na de klap voorbij. De klap was enorm. Mijn vader kon de auto op tijd tot stilstand krijgen om een botsing met de voorligger te voorkomen. Maar de auto achter ons had zich inmiddels in de Opel Kaptein geboord.

Mijn zusjes bleven verschrikt in de auto zitten. Mijn vader en ik stapten resoluut naar buiten om de schade op te nemen. Plotseling begonnen mijn zusjes te huilen. De fles limonade was om onduidelijke redenen kapotgegaan. De stroop liep over de bekleding van de hoedenplank en de achterbank. De donkerrode limonade deed hen de schrik om het hart slaan. Mijn vader, de altijd zo beheerste man, vloekte het hoogste vloekwoord.

Een paar auto’s achter ons was een Volkswagen Kever bekneld geraakt tussen zijn voorligger en de auto achter hem. De bestuurder zat klem achter zijn stuur en maakte vreemde geluiden. Ik begon aan de deur te trekken om deze te openen. Maar tevergeefs. Samen met de omstanders sloeg ik op de ruiten om deze te breken en in de hoop alsnog de deur van binnenuit te kunnen openen. Maar wat we ook ondernamen, de ruiten hielden stand. Helemaal hyper stond ik daar te stuiteren van onmacht. Het eerste wat in mij opkwam was het draaien van een sigaret van mijn heimelijk meegenomen buidel shag.

Ik weet mij niets meer te herinneren van die dag. Of we nog naar Sassenheim zijn gereden of niet? Wel weet ik dat er geen woord meer over gesproken is. Over het ongeval niet en ook niet over mijn rookgedrag. Erover praten zou zeker geholpen hebben een en ander een plek te geven. Maar waarom erover praten als je er toch niets meer aan kunt veranderen. Het verstand was kennelijk aan het woord. De berekening, de angst, de trots, de voorzichtigheid en de ervaring kleineerden alle aandacht voor elkaar. Het was kennelijk wat het was. Ik trok mijn conclusie: ‘Ik weet en blijf wie ik ben. Ik deal er mee’.

Later las ik in de krant dat er een dode was gevallen tijdens de kettingbotsing die had plaatsgevonden op de Afsluitdijk die dag. Ook werd duidelijk dat er enkele honderden meters voor ons er tevens een kettingbotsing had plaatsgevonden. Ik ben niet lang daarna een EHBO-cursus gaan volgen en verleende vervolgens vrijwillig medewerking aan EHBO-oefeningen als Lotus slachtoffer. Ik was de jongste deelnemer ooit.

enso-vierkant

Gedicht ‘Het is wat het is’ over de liefde van de Oostenrijkse dichter Erich Fried (1921-1988), in een vertaling van Remco Campert.

Het is wat het is

Het is onzin
zegt het verstand
Het is wat het is
zegt de liefde

Het is ongeluk
zegt de berekening
Het is alleen maar verdriet
zegt de angst
Het is uitzichtloos
zegt het inzicht
Het is wat het is
zegt de liefde

Het is belachelijk
zegt de trots
Het is lichtzinnigheid
zegt de voorzichtigheid
Het is onmogelijk
zegt de ervaring
Het is wat het is
zegt de liefde

Geachte Erica Terpstra

Geplaatst op Geupdate op

Het was lange tijd één van de pijlers van Tijd voor Twee: de Tweespraak. Elke werkdag een nieuwe opgave, elke dag weer creatieve, humoristische en soms indrukwekkende reacties van de radio 2 luisteraars. De nummer twee van het eindklassement, immers het programma heette niet voor niks Tijd voor Twee, kreeg een bordje.

tweespraak-002

Ik was eraan verslaafd. Eerst speelde ik het spel samen met mijn zoontje. Dat waren zeker niet de beste inzendingen. Later ging het beter en werd ik fanatieker. Ik werd zelfs een keer 4e in het landelijke klassement. Na 6.5 jaar stopte Frits Spits het programma en kwam er ook een einde aan de tweespraak.

Afgelopen zondag zag ik een interview met u en ik begreep uit het verhaal en de beelden dat u een enorme come-back heeft gemaakt na een lange periode van tegenslagen. Ik moest onmiddellijk aan mijn tweespraak denken die geheel aan u was gewijd.

Ik was onderweg naar een afspraak en luisterde naar de radio. De tweespraak werd bekend gemaakt en ik sloeg aan het denken. Aangekomen op de plaats van bestemming schoot mij iets te binnen. Ik had weinig tijd meer dus stuurde ik mijn inzending nog snel in.

’s Avonds thuisgekomen en na alle huishoudelijke bezigheden een plek gevonden te hebben op de bank, zocht ik op het internet nog even het eindklassement van de tweespraak op. Tot mijn verrassing was ik eerste geworden. Geen bordje, maar eerste! Op al mijn klassementsplaatsen, en dat zijn er nogal wat geweest, en de acht bordjes die ik in de wacht heb gesleept, ben ik het meest trots op deze eerste plek. Want, zo stelde ik mij voor, heb ik u destijds misschien wel een glimlach op uw gezicht getoverd met mijn inzending. En dat is wat ik het liefst zou willen. Want ik ben een groot bewonderaar van u.

Uit het Tweespraak Archief | Dinsdag 18 mei 2010

De altijd enthousiaste Erica Terpstra neemt vandaag afscheid als voorzitter van de sportkoepel NOCNSF.  Ze was daar zeven jaar lang het boegbeeld van de Nederlandse sport. Altijd was ze te vinden bij grote sportevenementen waar ze de Nederlandse sporters uit volle borst toejuichte. Ze wordt opgevolgd door André Bolhuis, voormalig preses van de Nederlandse hockeybond. We kunnen Erica Terpstra binnenkort nog wel zien juichen en de Oranjespelers aanmoedigen op de tribune tijdens het WK voetbal in Zuid-Afrika. Daarna trekt ze zich terug uit de sport.

“Twee kanjers nemen afscheid van Erica Terpstra als voorzitter van NOCNSF. Zegt de een tegen de ander…”

  1. Zo’n drijvende kracht krijgen we nooit meer.

 

Neem een geit

Geplaatst op Geupdate op

Er gaat een Joods verhaal over een rebbe in een Oost-Europese stad. Een arme schoenmaker kwam dagelijks klagen over de erbarmelijke omstandigheden waarin hij moest leven. ‘Rebbe, het is geen doen, mij vrouw en ik en onze twaalf kinderen in slechts één kamer, ik houd het niet langer uit!’

De rebbe werd het gejammer zat. Op een dag zei hij tegen de schoenmaker: ‘Neem een geit.’ ‘Een geit? Maar rebbe, dat is onmogelijk! Zo’n beest kan er niet bij, het stinkt en vreet overal aan.’ De rebbe hield streng vol en de schoenmaker deed wat hem werd opgedragen. Het gejammer van de schoenmaker werd elke dag erger. Hij wist zich geen raad. ‘Rebbe, dit is geen doen, die geit poept waar ze staat, het stinkt verschrikkelijk in ons huis, mijn vrouw wordt radeloos…’ Na veertien dagen zei de rebbe tegen de schoenmaker: ‘Doe die geit weg.’

een geit in huis

De schoenmaker wist niet hoe snel hij het bevel van de rebbe moest opvolgen. De volgende morgen klopte hij bij de rebbe aan: ‘Oh rebbe, wat een zaligheid! Mijn vrouw en ik en onze twaalf kinderen, heerlijk is het in huis.’

een geit als last

Tja, mocht je denken dat dit niet over jou gaat dan heb je het mis. We hebben allemaal ongemerkt een geit in huis gehaald. Iets waar je ooit mee begonnen bent en maar niet mee kunt stoppen. Een geit die eens een oplossing bood en vervolgens een eigen leven is gaan leiden en de regie over je leven is gaan bepalen. Denk daarbij aan roken, drinken, gokken, contacten, kroegbezoek enz. enz. ‘Doe die geit weg, en je zult zien dat er een nieuwe horizon gaat gloren, je weer tijd krijgt, en plezier en geluk weer terugkomt in je leven.

Album hoes | Larrainville

Geplaatst op Geupdate op

Lorrainville-albumcover

Lorrainville is een Nederlandse band, met onder meer muzikant Erik Nijmeijer, die begin 2011 is ontstaan nadat producer Guido Aalbers op Facebook het online spel “Make your own album cover” speelde.

De naam van de band werd gevonden op Wikipedia, de naam van het album komt van quotationspage.com en een hoes werd gevonden op Flickr.

Een van deze zelfontworpen albumhoezen was Lorrainville, ontworpen door producer Guido Aalbers. Hij besloot er een echte band van te maken. Voor een niet bestaande band en het niet bestaande album “You May Never Know What Happiness Is” meldden zich in een paar uur tijd bevriende muzikanten en andere creatievelingen aan om het album daadwerkelijk te maken.

De plaat is geen commercieel project. Iedereen werkt mee voor zijn eigen plezier/uitdaging. Het album wordt geen verzamelalbum. De hoes wordt gebruikt als inspiratiebron. “You May Never Know What Happiness Is” wordt een melancholische singer/songwriter-plaat met invloeden van Americana met als referenties het rustigere werk van Ryan Adams, Elliott Smith en Ray LaMontagne.

Eén van de muzikanten is Peter Slager, de bassist van BLØF. Ook Bertolf en Anneke van Giersbergen (The Gathering) hebben aan het album meegewerkt.

Het album werd op 25 november 2011 uitgebracht. Lorrainville was winnaar van de speciale jury prijs bij Edison Pop 2013.