(Zeer) Kort Verhaal

Kort verhaal, lekker sterk!

Geplaatst op Geupdate op

Dit is zo’n verhaal dat ooit tot een eind zou moeten komen maar nooit kwam. Dus is het verhaal door overlevering, door het door te vertellen, een eigen leven gaan leiden. De ene versie nog mooier dan de andere. Hoe dan ook is het een verhaal dat het vertellen waard is. Van wal dus.
De Wiel Doniaga
Aan het Westeinde woonden drie ooms. Elk met een eigen bedrijf. De een met melkkoeien en varkens, de ander met melkvee en een levendige paardenhandel en tot slot een oom die als keuterboer van een kleine melkveestapel moest rondkomen en zijn inkomsten moest aanvullen met loondienst. Ze hadden ieder hun eigen tractor. Peet, de boer met de varkens, bestierde zijn land met een Mc Cormick. Een ‘rode duivel’ die, volgens zijn zeggen, hem nooit in de steek liet. De van oorsprong Amerikaanse tractor deed het goed in Nederland. Piet, de boer met de levendige paardenhandel, reed op een Deutz-Fahr. De Deutz-Allis was de Amerikaanse versie en is alleen in de VS met een rode kleur uitgevoerd in plaats van het lichtgroen van Deutz-Fahr. En daar komt de freule ten tonele: de Allis Chalmers. Een eerder oranjekleurig model met een petroleummotor (PA). Uniek, maar vooral betaalbaar. Want benzine was duur in die tijd. Lubbert, mijn derde oom, had een Massey Ferguson, een Amerikaans tractormerk. De Massey Ferguson was rood van kleur. Daarnaast stalde of weide mijn oom Lubbert verschillende paarden.

Nu alle spelers bekend zijn begint het verhaal. De onderlinge rivaliteit liep bij tijden hoog op. Wie had de sterkste tractor, welke tractor kon het zware werk het best aan en welke tractor had de meeste toepassingsmogelijkheden. In grote lijnen ontliepen de merken elkaar niet. Behalve de Allis Chalmers, dat was een buitenbeentje. Van trekkracht was nauwelijks sprake. Hoewel er van paardenkracht (PK) wordt gesproken om de trekkracht van een tractor te duiden, kwam de Allis Chalmers niet verder kan kippenkracht. De Allis Chalmers was er meer voor het stilstaande werk zoals het pompen van water uit een sloot of het aandrijven van de mobiele melkstal. Mijn oom slingerde de Allis Chalmers ’s ochtends vroeg aan om hem daarna de rest van de dag te laten ronken. Het was een dagelijks terugkerende ochtendgymnastiek of ‘workout’ om de tractor aan de praat te krijgen. Maar als de ‘freule’ liep, was het klaar voor de rest van de dag. De zonen van oom Piet noemden hun oude besje ‘de freule’. Ze behandelden haar met veel egards. En je moest er geen grap over maken, want dan was het hommeles. Mijn broer Harry, die veel met zijn neven optrok op het boerenbedrijf van zijn oom, had ook een zwak voor de Allis Chalmers. Hij sprak daar vaak over. Stinkend naar mest kwam hij dan thuis om zijn avontuur met de freule uit de doeken te doen. Meestal kwam hij niet ver met zijn verhaal omdat mijn moeder hem eerst naar het washok verbande. Ik had geen idee wat nu precies de naam was van de tractor. Tot ik onlangs tijdens een fietstocht in de buurt van Heino een kilometerlange stoet aan tractors tegemoet reed. Daar las ik de naam Allis Chalmers. Met een galante sprong, zette ik de fiets aan de kant om een foto te maken.
Allis Chalmers Knip
Eens per jaar kon mijn oom Peet het gras gaan maaien aan de uiterste rand van het Tjeukemeer. Het grasland werd de Wiel genoemd. Een drassig stuk land dat maar een paar weken geschikt was om te bewerken. Zeer de moeite waard, want het gras was mals. Als het werk klaar was, gingen we met de familie een dag mee. Op een boerenkar geladen met brood, beleg, koffie voor de ouderen en een melkbus vol limonade voor de jeugd. Voor mijn ouders, ooms en tantes werden er grote kleden op het grasland aan de oever van het meer uitgespreid. De neefjes en nichtjes zochten hun vertier in het ondiepe water. Tegen de schemering ging de hele familie met tractors en boerenwagens weer terug naar de boerderij. Althans dat was de bedoeling.

Oom Peet manoeuvreerde de Mc Cormick met de kar richting de boerderij en raakte vast in het drassige land. Oom Piet sprong op en riep: ‘Ik haal mijn Deutz wel even!’ En ruim een uur verder reed hij op zijn groene alleskunner het weiland in. De Deutz werd voor de Mc Cormick geplaatst en met een touw aan elkaar verbonden. De trekkracht van de Deutz zou onze redding worden. Het was inmiddels al behoorlijk schemerig. Beide trekkers zetten met loeiende motoren al hun pk’s in en raakten beide vast. Oom Lubbert zag ‘het zwerk al drijven’. ‘Ik haal de Massey Ferguson.’ ‘Dan haal ik de Allis Chalmers!’, brulde de zoon van oom Piet. Nog geen half uur later stonden de vier tractoren in slagorde achter elkaar. De Allis Chalmers voorop. De trekkertrek kon beginnen!

De meeste familieleden hadden inmiddels de arena verlaten. De zon was ondergegaan en het schamele licht van de tractoren gaf het spektakel eerder een sinistere sfeer dan die van een krachtmeting tussen de rivaliserende ooms met hun tractoren. De motor van de oude freule sloeg af. Het aanslingeren van het oude besje zou een flinke aanslag op oom Piet plegen. Om de trekker met mankracht van zijn eerste positie te krijgen was geen optie. Iedereen keek teleurgesteld naar de tot de wielnaven in de grond gezakte tractoren. De competitie eindigde in een remise.

Toen stapte oom Lubbers de arena in met aan zijn hand een Belgisch trekpaard. Oom Lubbert had zijn troef zorgvuldig buiten zicht gelaten en zag zijn kans nu voor eens en voor altijd, de onderlinge rivaliteit te beslechten. Er werd eerst gegniffeld en de ooms porden elkaar in de zij. Zo van: kijk hem daar met zijn knol. Maar oom Lubbert spande de Belg zorgvuldig en onverstoorbaar voor de vier tractoren. De Belg wist niet wat haar te wachten stond en bewoog zenuwachtig haar gecoupeerde staartje. Het gegniffel verstomde en de spanning steeg. Oom Lubbert sprak de Belg toe door het paard in het oor te fluisteren. De oren spitsten en de spieren spanden aan. Het begrip paardenfluisteraar was geboren. De Belg zette zich schrap, de kop boog en het gewicht van het paard deed de touwen spannen. Langzaam maar zeker kwam er beweging in de stoet tractoren. Het paard maakte een eerste stap en de tractoren kwamen omhoog. In allerlei werden de kuilen in de grond geslecht en kwam de hele rij in beweging. De Belg kreeg er plezier in. Zeker toen oom Lubbert nog eens in zijn oor had gefluisterd. Nog geen tien minuten laten stonden de tractoren weer op het droge grasland daar aan de Wiel. De zoon van oom Piet was inmiddels op de Allis Chalmers gesprongen en had de freule aan de praat gekregen waardoor het leek of zij samen met de Belg de klus had geklaard.

Opgetogen reden de ooms met de nog aanwezige familie naar huis. Wat een dag was het geworden. Een dag met een apocalyptisch slot waar nog jaren over gesproken werd. Oom Lubbert kreeg de heldenrol toebedeeld. Samen met zijn Belg werd hij tot lang na zijn dood geroemd.

Met dank aan mijn broer Harry die zijn liefde voor de Allis Chalmers altijd is blijven verkondigen.

Rinkeldekink in Dinkelland

Geplaatst op Geupdate op

watermolen in singraven dinkelland

Tijdens onze vakantie in de gemeente Dinkelland bezochten we diverse plaatsen waaronder Ootmarsum. Tijdens onze short break zaten we graag op bankjes in de natuur. Daar las ik dan mijn vrouw voor uit het boekje Rinkeldekink van Martine Bijl. Een klinkende titel, dat zeker. Het boekje had ik cadeau gekregen bij een proefabonnement op de Trouw. Heerlijk vier zaterdagen een krant en nog een boekje erbij toe. Dat beloofde een mooie vakantie te worden.

Mijn vrouw is niet zo goed in lezen. Dat komt door een aura-migraine aanval die zij een aantal jaren geleden gehad heeft. Zij vindt het voorgelezen worden prettig en het heeft, zo samen op een bankje in de natuur, iets intiems. Tijdens ons bezoek aan de jaarlijkse Siepelmarkt stalden wij onze fietsen aan het kerkplein. Er stonden meerdere fietsen. Dus dat leek ons een veilige plek. De meeste spullen namen we uit de fietstas mee. Het boekje lieten we in de tas zitten. Toen we terugkwamen van onze stadswandeling, jazeker stadswandeling, want Ootmarsum kreeg in 1300 haar stadsrechten, stopten we onze spullen weer in de fietstas en hervatten onze fietstocht. Eenmaal bij een geschikt bankje aangekomen, zocht ik het boekje. Maar Rinkeldekink, het boekje was er niet meer. Weg. Verdwenen. Het zal toch niet moedwillig uit onze fietstas zijn gehaald? Mijn vrouw zat er maar beteuterd bij toen ik haar moest teleurstellen. ‘Rinkel de kink in Dinkelland’, mompelde ik.

rinkel de kink boek knip

De Week van het Korte Verhaal 2019

Geplaatst op Geupdate op

Logo DWVHKV

De angstkunstenaar | Thuiskomen

Elke maand verschijnt een nieuw zogenaamd Literair Juweeltje, een goed toegankelijke tekst van een bekende schrijver in een mooi vormgegeven boekje dat slechts 1 euro kost. Ik kocht bij de het verhalenbundeltje van J.M.A. Biesheuvel met de welluidende titel: De angstkunstenaar. Het lezen van het gelijknamige korte verhaal inspireerde mij tot het schrijven van het volgende relaas. Dit verhaal schreef ik vanuit het perspectief van een doener.

Thuiskomen

Hij zit in een lijnvlucht terug naar Amsterdam. Vanmorgen vertrokken uit Lissabon. Het was nog een heel gedoe geweest op tijd te zijn voor de incheck. Na enkele weken Lissabon wist hij toch echt wel hoe hij op het vliegveld moest komen. Echter de ingewonnen informatie liet hem in de steek. De bus stond niet op zijn plek, het nummer klopte niet en de chauffeur sprak alleen Portugees. Gelukkig had hij voldoende tijd. Een gevoel van leegheid maakte hem misselijk. Had hij wel gedaan wat hij had willen doen? Wat had hij willen doen? Ruim een half jaar geleden had hij besloten een maand naar Portugal te gaan. Het land waar hij in zijn vorige reis niet aan toe was gekomen. Vlak voor de reis had hij laten weten de komende week op vakantie te gaan. Hij haatte het vakantie te noemen, zag het meer als een tijdje niet, een gelegenheid om zich te bezinnen. Het ontbrak hem aan motivatie door te gaan. Hij had geen ideeën meer, geen inspiratie. God mocht weten waar het moest zoeken. Dus dan maar weer op reis.

De tijd leek de laatste periode zo snel te gaan. Alles leek aan hem voorbij te zijn gegaan. Hij was van de ene emotie in de andere gerold. Had zich vooral laten leiden door zijn omgeving. Het overlijden van zijn vader, de manisch depressiviteit van zijn maatje met al zijn ups en downs, het weer alleen wonen, de behoefte aan liefde. Wat dat dan ook mocht zijn. Hij was gegaan. Goed voorbereid en met één doel, tenminste terugkomen met een idee voor het op stapel staande project. Hij zou laat aankomen in Lissabon en een taxi nemen naar het hoofdstation. Geen discussie en zeker niet ingaan op de tip van de chauffeur hem een hotel te laten zoeken, want hij kende toch immers de stad als geen ander. Nee, hij zou zich laten afzetten bij het centraal station en van daaruit iets zoeken. Rugzak in een kluis en een rondje maken.

Hij had van zijn zelfstandigheid genoten. Dat wel. Alles zelf beslissen. Hier ga ik zitten, hier ga ik naar binnen. Hier eet ik wat, maak ik een foto. Hoe kwam het toch dat als hij alleen was, hij keuzes kon maken en zodra hij samen met iemand was, het initiatief aan de ander liet. En waarom bekroop hem toch alsmaar dat gevoel alles weer zo snel mogelijk te moeten delen, er over te willen vertellen, zijn verhaal te doen. Een Zweedse, die hij op alle toeristische plekjes van de stad tegengekomen was, had hem in verwarring gebracht. Hij had zich geremd gevoeld. Zijn gevoelens hadden hem dusdanig heen en weer geslingerd dat er geen touw aan vast te knopen was. Misschien dat nog net wel, maar daar was hij het type niet voor. Waarom verschilde de werkelijkheid zo van de fantasie, van zijn fantasie. Op zijn sobere hotelkamertje luisterde hij naar Alison Moyet’s Old devil called love en fantaseerde hij over het Dominicaanse dienstmeisje die iedere dag het sanitair kwam schrobben. De Zweedse bracht hij naar het station alwaar zij de bus zou pakken naar het vliegveld. Daar noteerde hij het perron, het busnummer en hield hij de tijd in de gaten.

Hij had studenten getroffen en hun vragen beantwoord. Waar hij vandaan kwam, wat hij deed. Zij woorden klonken zo hol in de echte wereld. Met een beetje fantasie kwam hij beter tot zijn recht. Dat hij na het vertellen van een paar smeuïge verhalen ineens op was gestapt, had hen verwonderd. Ze hadden een uitzonderlijk leuke avond en luisterden geïnteresseerd. Maar hij kon niet meer. Hij was op, bekaf. Toch had hij ook wel een paar momenten van trots gevoeld. Hij was plekken gaan bezoeken die hem terug hadden gebracht bij diepere emoties. Momenten waar hij stil was geworden. Waar geen woorden meer waren.

Nu zat hij, op weg terug, naast een mevrouw met een drup aan haar neus. Het was een nerveus type dat alsmaar probeerde een gesprek aan te knopen. En maar aandacht trekken met haar gesnuif en gesnotter. Niet lang voordat het vliegtuig zijn landing in zou gaan zetten, begon ze over de airco, en hoe slecht dat wel niet was voor haar sinusitis, over haar reisdoel en wat hij had gedaan, en waarom hij in nota bene de maand oktober naar Portugal was gegaan. Hij had het er ineens uitgeflapt dat hij huisarts was in een groepspraktijk in Amsterdam. En dat hij na een drukke periode, een maandje rust had gekregen van zijn collega’s en dat zij zich voor de gek had laten houden door haar arts. Ze had geen sinusitis maar een chronisch aandachtstekort.

De misselijkheid deed hem bijna braken. Zijn fantasie liet hem in de steek. De werkelijkheid was zo anders. Zou hij er ooit genoegen mee kunnen nemen? De banden raakten de landingsbaan. Het gevoel van moeheid overviel hem weer. Zo meteen zou hij thuiskomen.

Uit de bundel | Verzonnen Waarheid – Leonard Bouwhuis

Het licht van zijn bestaan

Geplaatst op Geupdate op

schilderij achterzijde

Toen ik zijn atelier binnenstapte, verwonderde ik mij over de opstelling van het werk van de schilder. Alle schilderijen stonden op ezels, tegen de muur, hingen met touwtjes aan spijkers of lagen op de grond. Allemaal met de beeltenis naar de grond, de muur of afgewend van de toeschouwer. De schilderijen mochten kennelijk niet gezien worden. Of de beeltenissen confronteerden de maker met zijn ‘innerlijke wereld’.

Het gesprek kwam moeilijk opgang. ‘Schilderen helpt mij mijn gevoelens te verbeelden, naar buiten te brengen’, vertelde hij. ‘Bespreekbaar te maken?’, vroeg ik. ‘Nou, dat wil ik wel. Om van verbeelding ook naar verwoording te gaan. Maar dat vind ik te moeilijk. Ik zou mijzelf er wel mee helpen meer in interactie te komen met de wereld om mij heen. Dat wel. Mijn leven lijkt steeds kleiner te worden. Van exposeren komt het niet. Laat staan mee te doen aan het televisieprogramma Project Rembrandt. Rembrandt, de meester van het licht.’

‘Er gebeurt dus van alles maar voornamelijk in jouw hoofd’, zei ik. ‘Je gedachten zitten echter vast in een soort van centrifuge. Ze tollen in het rond en de vaart neemt duizelingwekkende toeren aan. Als jij je werk zou tonen komen al je gedachten vrij, laat je ze de vrije loop en geef jij hen een bestaan, een realiteit als tekens van jouw zijn. Je zou een vrij man worden door je te laten zien. Bovendien, maak je de toeschouwer ook vrij. Je geeft hen de mogelijkheid hun herinneringen te herleven, een nieuwe plek te geven. Hun ervaringen in onze wereld een plek te geven.’

Het bleef stil. Ik zag de gedachten achter zijn ogen tollen. Plotseling liep hij naar een van zijn schilderijen. Zijn laatste werk, zo liet hij weten. Ik stond versteld. De zoeker van het licht, vond het licht van zijn bestaan.

er zij licht

Leonard Bouwhuis | Zinvinder

Het is wat het is

Geplaatst op Geupdate op

Zal toch wel een jaartje of veertien geweest zijn. Ik rookte al shag. Drum, op precies te zijn. Ik haalde de shag uit de vitrine die achter de bar stond in het café van mijn ouders. Zij wisten niet van mijn roken. Misschien hadden ze een vermoeden. Zou kunnen. Daar hield ik mij totaal niet mee bezig. Ik ging mijn eigen gang. Op een doordeweekse dag vertrokken we naar Sassenheim om een zus van mijn vader te bezoeken. Wij, mijn ouders en de drie jongste kinderen, waarvan ik de middelste ben. De oudste kinderen, drie in getal, bleven thuis of deden hun eigen ding.

Voor ons was Sassenheim vanuit Friesland, een lange reis. We reden met de Opel Kaptein, een auto uit onze taxistal die mijn vader annex het hotel, restaurant en café bestierde. De statige zwarte auto met een witte bies in de banden, werd gebruikt voor rouw- en trouwritjes, ziekenvervoer en losse ritjes om bijvoorbeeld dronken cafégasten naar huis te rijden. De achterbank was groot genoeg voor mijn zus, zusje en mijzelf. Mijn moeder zat voorin, naast mijn vader. Naar Amerikaans ontwerp, had de auto een voorbank en was het gebruik van veiligheidsriemen nog niet ingevoerd. Zo’n bank nodigt je uit om lekker tegen elkaar aan te kruipen. Maar daar waren mijn ouders niet van. Van elkaar aan kruipen moesten ze überhaupt niks hebben. Dat ze zes kinderen hadden gekregen mag een wonder worden genoemd.

Opel Kaptein

Mijn tante Mia was getrouwd met oom Lieuwe, een broer van mijn vader. Ze werd al vroeg weduwvrouw en bleef achter met een stuk of vijf kinderen. Voor mij allemaal onbekenden evenals mijn tante Mia. Naar mijn oom Lieuwe ben ik vernoemd. Hij overleed ruim voor ik geboren werd. Dus hem heb ik nooit gekend.

Op de hoedenplank, lag een in papier gewikkelde fles limonade van een drankenhandel aan de Nieuwburen in Lemmer. Een broer en zijn twee zusters, ook wel ‘de Weeskes’ genoemd, dreven de drankenhandel. We reden over de Afsluitdijk naar Sassenheim. Het was behoorlijk mistig en het verkeer had hier duidelijk hinder van. De snelheid ging naar beneden en mijn moeder maande ons tot stilte zodat vader zich concentreren. We kwamen om een ons onduidelijke reden stil te staan. Mijn vader hield een behoorlijke afstand van de auto voor ons. Terwijl we geen idee hadden waarom het verkeer stil stond en wij maar wat in de mist zaten te staren, vloog een lijnbus op de achterste auto van de stilstaande file. De bus had de auto kennelijk geschampt want hij stoof ons even na de klap voorbij. De klap was enorm. Mijn vader kon de auto op tijd tot stilstand krijgen om een botsing met de voorligger te voorkomen. Maar de auto achter ons had zich inmiddels in de Opel Kaptein geboord.

Mijn zusjes bleven verschrikt in de auto zitten. Mijn vader en ik stapten resoluut naar buiten om de schade op te nemen. Plotseling begonnen mijn zusjes te huilen. De fles limonade was om onduidelijke redenen kapotgegaan. De stroop liep over de bekleding van de hoedenplank en de achterbank. De donkerrode limonade deed hen de schrik om het hart slaan. Mijn vader, de altijd zo beheerste man, vloekte het hoogste vloekwoord.

Een paar auto’s achter ons was een Volkswagen Kever bekneld geraakt tussen zijn voorligger en de auto achter hem. De bestuurder zat klem achter zijn stuur en maakte vreemde geluiden. Ik begon aan de deur te trekken om deze te openen. Maar tevergeefs. Samen met de omstanders sloeg ik op de ruiten om deze te breken en in de hoop alsnog de deur van binnenuit te kunnen openen. Maar wat we ook ondernamen, de ruiten hielden stand. Helemaal hyper stond ik daar te stuiteren van onmacht. Het eerste wat in mij opkwam was het draaien van een sigaret van mijn heimelijk meegenomen buidel shag.

Ik weet mij niets meer te herinneren van die dag. Of we nog naar Sassenheim zijn gereden of niet? Wel weet ik dat er geen woord meer over gesproken is. Over het ongeval niet en ook niet over mijn rookgedrag. Erover praten zou zeker geholpen hebben een en ander een plek te geven. Maar waarom erover praten als je er toch niets meer aan kunt veranderen. Het verstand was kennelijk aan het woord. De berekening, de angst, de trots, de voorzichtigheid en de ervaring kleineerden alle aandacht voor elkaar. Het was kennelijk wat het was. Ik trok mijn conclusie: ‘Ik weet en blijf wie ik ben. Ik deal er mee’.

Later las ik in de krant dat er een dode was gevallen tijdens de kettingbotsing die had plaatsgevonden op de Afsluitdijk die dag. Ook werd duidelijk dat er enkele honderden meters voor ons er tevens een kettingbotsing had plaatsgevonden. Ik ben niet lang daarna een EHBO-cursus gaan volgen en verleende vervolgens vrijwillig medewerking aan EHBO-oefeningen als Lotus slachtoffer. Ik was de jongste deelnemer ooit.

enso-vierkant

Gedicht ‘Het is wat het is’ over de liefde van de Oostenrijkse dichter Erich Fried (1921-1988), in een vertaling van Remco Campert.

Het is wat het is

Het is onzin
zegt het verstand
Het is wat het is
zegt de liefde

Het is ongeluk
zegt de berekening
Het is alleen maar verdriet
zegt de angst
Het is uitzichtloos
zegt het inzicht
Het is wat het is
zegt de liefde

Het is belachelijk
zegt de trots
Het is lichtzinnigheid
zegt de voorzichtigheid
Het is onmogelijk
zegt de ervaring
Het is wat het is
zegt de liefde

Geachte Erica Terpstra

Geplaatst op Geupdate op

Het was lange tijd één van de pijlers van Tijd voor Twee: de Tweespraak. Elke werkdag een nieuwe opgave, elke dag weer creatieve, humoristische en soms indrukwekkende reacties van de radio 2 luisteraars. De nummer twee van het eindklassement, immers het programma heette niet voor niks Tijd voor Twee, kreeg een bordje.

tweespraak-002

Ik was eraan verslaafd. Eerst speelde ik het spel samen met mijn zoontje. Dat waren zeker niet de beste inzendingen. Later ging het beter en werd ik fanatieker. Ik werd zelfs een keer 4e in het landelijke klassement. Na 6.5 jaar stopte Frits Spits het programma en kwam er ook een einde aan de tweespraak.

Afgelopen zondag zag ik een interview met u en ik begreep uit het verhaal en de beelden dat u een enorme come-back heeft gemaakt na een lange periode van tegenslagen. Ik moest onmiddellijk aan mijn tweespraak denken die geheel aan u was gewijd.

Ik was onderweg naar een afspraak en luisterde naar de radio. De tweespraak werd bekend gemaakt en ik sloeg aan het denken. Aangekomen op de plaats van bestemming schoot mij iets te binnen. Ik had weinig tijd meer dus stuurde ik mijn inzending nog snel in.

’s Avonds thuisgekomen en na alle huishoudelijke bezigheden een plek gevonden te hebben op de bank, zocht ik op het internet nog even het eindklassement van de tweespraak op. Tot mijn verrassing was ik eerste geworden. Geen bordje, maar eerste! Op al mijn klassementsplaatsen, en dat zijn er nogal wat geweest, en de acht bordjes die ik in de wacht heb gesleept, ben ik het meest trots op deze eerste plek. Want, zo stelde ik mij voor, heb ik u destijds misschien wel een glimlach op uw gezicht getoverd met mijn inzending. En dat is wat ik het liefst zou willen. Want ik ben een groot bewonderaar van u.

Uit het Tweespraak Archief | Dinsdag 18 mei 2010

De altijd enthousiaste Erica Terpstra neemt vandaag afscheid als voorzitter van de sportkoepel NOCNSF.  Ze was daar zeven jaar lang het boegbeeld van de Nederlandse sport. Altijd was ze te vinden bij grote sportevenementen waar ze de Nederlandse sporters uit volle borst toejuichte. Ze wordt opgevolgd door André Bolhuis, voormalig preses van de Nederlandse hockeybond. We kunnen Erica Terpstra binnenkort nog wel zien juichen en de Oranjespelers aanmoedigen op de tribune tijdens het WK voetbal in Zuid-Afrika. Daarna trekt ze zich terug uit de sport.

“Twee kanjers nemen afscheid van Erica Terpstra als voorzitter van NOCNSF. Zegt de een tegen de ander…”

  1. Zo’n drijvende kracht krijgen we nooit meer.

 

Neem een geit

Geplaatst op Geupdate op

Er gaat een Joods verhaal over een rebbe in een Oost-Europese stad. Een arme schoenmaker kwam dagelijks klagen over de erbarmelijke omstandigheden waarin hij moest leven. ‘Rebbe, het is geen doen, mij vrouw en ik en onze twaalf kinderen in slechts één kamer, ik houd het niet langer uit!’

De rebbe werd het gejammer zat. Op een dag zei hij tegen de schoenmaker: ‘Neem een geit.’ ‘Een geit? Maar rebbe, dat is onmogelijk! Zo’n beest kan er niet bij, het stinkt en vreet overal aan.’ De rebbe hield streng vol en de schoenmaker deed wat hem werd opgedragen. Het gejammer van de schoenmaker werd elke dag erger. Hij wist zich geen raad. ‘Rebbe, dit is geen doen, die geit poept waar ze staat, het stinkt verschrikkelijk in ons huis, mijn vrouw wordt radeloos…’ Na veertien dagen zei de rebbe tegen de schoenmaker: ‘Doe die geit weg.’

een geit in huis

De schoenmaker wist niet hoe snel hij het bevel van de rebbe moest opvolgen. De volgende morgen klopte hij bij de rebbe aan: ‘Oh rebbe, wat een zaligheid! Mijn vrouw en ik en onze twaalf kinderen, heerlijk is het in huis.’

een geit als last

Tja, mocht je denken dat dit niet over jou gaat dan heb je het mis. We hebben allemaal ongemerkt een geit in huis gehaald. Iets waar je ooit mee begonnen bent en maar niet mee kunt stoppen. Een geit die eens een oplossing bood en vervolgens een eigen leven is gaan leiden en de regie over je leven is gaan bepalen. Denk daarbij aan roken, drinken, gokken, contacten, kroegbezoek enz. enz. ‘Doe die geit weg, en je zult zien dat er een nieuwe horizon gaat gloren, je weer tijd krijgt, en plezier en geluk weer terugkomt in je leven.