poezie

Een land vol liefde

Geplaatst op

welcome mat

Tot hij het hok zag
toen was hij verkocht.
Wat een ruimte, wat een mogelijkheden.
Daar leg ik mijn bidmat neer,
daar zet ik de eettafel.
Een tafel van formaat
met zestien stoelen.
Gedekt met grote schalen.
Met mezze, fatoush, kubesh en baklava,
met shish en een glas al shark.
Maak me niet wakker,
laat mij mijn droom leven.
Ik wil leven in dit land,
wonen en werken in dit hok
en zitten naast mijn vrouw
en mijn vrouw naast mij.
Samen delen we dit geluk
in dit land vol liefde.
Een leven lang.

 

 

Alle regels aan mijn laars

Geplaatst op

alle regels aan mijn laars

Als de regen valt
Is het weer zover
Dan kan ik het niet laten
En ben ik niet te kerenwater
Dan moet ik de straat op
Met schoenen of met niks
Dan lap ik stampend door de plassen
Alle regels aan mijn laars
Met veel gespat
Maak ik alles nat
Geniet ik van mijn spetterdaad
En ben even baas van de natte straat.

Gedichtendag | 30 januari 2020

Geplaatst op Geupdate op

SCP020-12-Gedichtendag-1

Poëzie verrast en verwondert, een gedicht raakt het hart en geeft kleur aan de dag.

Ik stierf van dorst in ’t zicht van stromend water

 

Ik stierf van dorst in ’t zicht van stromend water
en dronk daarna te veel in de woestijn.
Dat was het einde, het begin kwam later.
Soms kort de tijd de afstand tot die pijn,
maar dan kan ik in treurnis vrolijk zijn,
zoals in ’t najaar ’t voorjaar herbegint,
bij ’t ouder worden jonger dan als kind.

Ik stel geen prijs op wat wordt aangeprezen,
ik stel mij pas echt open als ik dicht,
hoe meer ik lees, hoe meer ik nog moet lezen,
al wat ik nader raakt steeds meer uit zicht,
hoe dichterbij, hoe verder weg het ligt,
ik zoek altijd wat anders dan ik vind,
bij ’t ouder worden jonger dan als kind.

Ik kan niet ernstig zijn dan door te spelen,
ik spreek de waarheid als ik me vergis,
niet bang alleen, maar eenzaam tussen velen,
vol doodsgedachten als er bruiloft is,
vol levensvreugde bij een dodenmis
en een verliezer ziende in wie wint,
bij ’t ouder worden jonger dan als kind.

Prins, wat ik dicht, is als een oud verhaal,
dat nieuwer wordt, hoe meer ik het herhaal.
Ik ben de man die nooit iets nieuws verzint,
bij ’t ouder worden jonger dan als kind.

Willem Wilmink
Uit: Mijn Middeleeuwen
Amsterdam: Bert Bakker, 1998.

In ‘Mijn middeleeuwen’ schrijft Wilmink over het gastenboek van Charles d’ Orléans.
Bezoekers moesten een ballade schrijven met de beginregel ‘Ik stierf van dorst in ’t zicht van stromend water’. Daarna moesten nog meer van zulke tegengestelde regels komen. Dit is de ‘eigen’ versie van Wilmink.

in de man zit nog een jongen